Overige technieken

Houtsnede

Graveren in hout (met burijn in kopshout) wordt niet veel meer gedaan. Het gaat hier dus enkel over de houtsnede.

Houtsnede is een hoogdruktechniek, d.w.z. alle niet weggesneden, hoog liggende delen worden in-geïnkt en drukken af. Het is één van de oudste grafische technieken.

Hout is stevig en taai en snijden is niet altijd even gemakkelijk, vooral wanneer je tegen de nerf in snijdt linoleum is wat dat betreft een gemakkelijker materiaal, maar hout heeft een eigen structuur die de houtsnede zijn specifiek karakter geeft.

Diverse houtsoorten zijn geschikt. Er zijn speciale ,vrij dure platen speciaal voor houtsnede, maar je kunt ook triplex, multiplex of het nieuwe M.D.F. (heeft meer het uitzicht van linoleum) gebruiken.

De tekening (of voorontwerp) kun je rechtstreeks op de houten plaat tekenen met een zacht potlood. De afdruk zal het spiegelbeeld zijn van de oorspronkelijke tekening. Zachte papieren geven in regel de scherpste afdrukken. Afdrukken op ets papier (vanaf 220 gr/m2) en Japans papier(16 tot 60 gr/m2) zijn zeer mooi.

Vroeger werden houtsneden met de hand ingekleurd. Tegenwoordig zijn de meeste houtsneden veelkleurendruk. Voor elke kleur is dan een plaat nodig. Er kan ook met het systeem van de legpuzzel gewerkt worden om de verschillende kleuren te drukken.

Linoleumdruk

Linoleum is samengesteld uit een mengsel van kurk, houtmeel en kleurpigment, gebonden door geoxideerde lijnolie. Het geheel wordt aangebracht op een laag van jute of voorbewerkt vilt. Linoleum laat zich voor artistiek doeleinden uitermate soepel bewerken door gutsen in diverse formaten.

Linoleumdruk is een grafische techniek: met een guts wordt uit een plaatje linoleum een afbeelding gesneden. Het plaatje wordt ingerold met inkt. Daarna wordt een papier op het in-geïnkte plaatje gelegd en door wrijven met een bol voorwerp een afdruk gemaakt. Je kunt een hoogdruk herkennen aan de kraalrand: het randje inkt dat ontstaat wanneer de pers onder hoge druk de inkt onder de drukvorm uitperst. Aan de achterkant van het papier zie je vaak een doordruk van de drukvorm. Dit noemen we een ´moet´. Voor iedere kleur moet of een apart stuk linoleum worden gesneden of men werkt via een reductiemethode, waarbij hetzelfde stuk linoleum steeds opnieuw wordt gebruikt.

Hout is stevig en taai en snijden is niet altijd even gemakkelijk, vooral wanneer je tegen de nerf in snijdt. Linoleum is wat dat betreft een gemakkelijker zachter materiaal, maar hout heeft een eigen structuur die de houtsnede zijn specifiek karakter geeft.

De linosnede is een mooie methode om tot fraaie afbeeldingen met egale vol vlakken in hoogdruk te komen. Naast linoleum heb je er (´n paar) gutsen voor nodig. De tekening breng je er rechtstreeks op aan of door middel van carbonpapier.

Een linoleumsnede maken is niet gemakkelijk: bij het afdrukken ontstaat het spiegelbeeld van het oorspronkelijke ontwerp. Heel fijne lijntjes en vlakjes zijn gemakkelijk om te tekenen met een viltstift, maar met een guts is het heel moeilijk om die uit te snijden.

En wit en zwart draaien om: Wat je met de guts in het linoleum uitsnijdt wordt in de afdruk wit! Weergeven van kruis-arceringen in hoogdruk is technisch moeilijk omdat niet de lijnen zelf moeten worden weggesneden maar het wit ertussen (lijnen worden afgedrukt).

Wanneer je uitschiet met de guts kun je dat niet meer goedmaken of je moet je ontwerp aanpassen. In de ontwerpschets is het gemakkelijk om zwarte lijnen te zetten, maar in de linoleumsnede zijn witte lijnen het gemakkelijkst. Je moet daarom steeds goed opletten wat je doet en proefdrukken maken zodat je ziet wat je aan het doen bent.

 

kopergravure

Een grafisch drukprocedé , waarbij met een graveernaald een tekening in een koperen plaat wordt gedrukt of gegroefd. De plaat wordt helemaal zwart gemaakt en daarna afgeveegd. De inkt blijft dan in de groeven achter, zodat de tekening op (meestal) licht vochtig papier kan worden afgedrukt. De kopergravure ontstond rond 1400, ongeveer gelijktijdig met het maken van papier in Europa. In de 16de en 17de eeuw was het de belangrijkste manier van reproduceren die vooral door Albrecht Dürer als artistieke uitdrukkingsvorm van groot belang werd in de Europese kunstgeschiedenis. Door de kopergravure als relatief eenvoudig reproductie procédé verliep de verspreiding van kunstwerken bovendien veel eenvoudiger: originelen van kunstwerken konden voor het eerst als vermenigvuldigde gravures in heel Europa worden verspreid. In de 19de eeuw werd in de plaats in van koper, in staal gegraveerd (staalgravure), omdat op basis van het hardere materiaal grotere oplagen mogelijk waren. Als artistieke uitdrukkingsvorm heeft de kopergravure in de 17de eeuw grotendeels plaats gemaakt voor de ets.