Litho’s

Lithografie

Het maken van een lithografische prent.
Het principe van de steendruk berust op de afstotende werking tussen vet en water. Als beelddrager wordt de zogenaamde `Kelheimer tegel` gebruikt, een koolzuurhoudende kalksteen die vroeger in Solnhofen (Duitsland) uit de steengroeven werd gehakt.
De stenen hebben een dikte van 10 cm en worden eerst helemaal vlak en schoon geslepen. Daarna wordt de tekening met speciaal lithografisch tekenmateriaal op de steen gemaakt. Het tekenmateriaal is vet. Na het tekenen wordt de steen geprepareerd met Arabische gom en een beetje salpeterzuur. Door deze behandeling zullen de blanke gedeelten na het in-inkten geen drukinkt aannemen, alleen de vette, getekende gedeelten nemen de inkt aan. `Litho` betekent steen, `graphein` betekent schrijven.

De lithografie als kunstvorm
De lithografie staat dichter bij het tekenen dan welk ander drukprocedé ook. Alois Senefelder (Praag) heeft in 1798 het lithografisch drukprocedé uitgevonden en verder ontwikkeld. Hij was componist en toneelschrijver en wilde een manier uitvinden om zelf van zijn partituren en teksten duplicaten te maken. In het begin werd het procedé alleen commercieel toegepast, pas later ontdekten kunstenaars de mogelijkheden van deze nieuwe drukvorm.

De eerste belangrijke kunstenaar die lithografieën maakte was goya in 1825. Omstreeks 1840 hielden de Franse kunstenaars hielden de Franse kunstenaars delacrois en Gericault zich bezig met de lithografie. Honoré Daumier maakte sociale- en politieke prenten voor dag- en weekbladen. In het begin van de 20ste eeuw begon het procedé in Frankrijk populair te worden, de chromolithografie werd ontwikkeld; het vierkleurendruk systeem wat nu bij de offset-druk nog altijd wordt toegepast.

Door de grote technische vooruitgang werd het mogelijk affiches in kleur te drukken. Sinds die tijd is dit een erkende kunstvorm geworden. De composities van de affiches van Henri de toulouse lautrec waren ronduit revolutionair. Verder vielen ze op door hun heldere kleuren en hun eenvoudige vormen. De kunstenaars Maneten Bonnard werd gevraagd lithografieën te maken in de nieuwe impressionistische stijl. Veelal stimuleerden uitgeverijen o.a. in Parijs kunstenaars tot het maken van lithografieën. Dit gebeurde ook in andere belangrijke hoofdsteden zoals Praag, Wenen, Londen en Amsterdam.
Een grote bloeitijd beleefde de lithografie na de tweede wereldoorlog met kunstenaars als picasso, Dali , miro en chagall. De steendrukkerij `Mourlot et Frères`, waar het werk van deze kunstenaars gedrukt werd bestaat nog steeds en geeft nog prenten uit van hun werk. Ook in Nederland zijn enkele steendrukkerijen die prenten drukken voor o.a. constant, lucebert en appel. Er is een klein aantal kunstenaars dat de techniek van het steendrukken zelf beheerst. Litho`s zijn relatief goedkoop maar toch prijzig door dure aanschaf van persen en stenen, bovendien is het een specialistische en arbeids-intensieve techniek.