Ernst Voss

Ernie + Bidet

De samenwerking tussen Ernst Voss (1959) en Jan Willem Vaal (1960) dateert uit het eerste jaar dat ze beiden aan de Rietveld Academie in Amsterdam studeerden. Wat begon met een opdracht om een medestudent te portretteren groeide, door een vonk van wederzijdse herkenning, snel uit tot een hechte samenwerking onder het pseudoniem Ernie + Bidet.
De audiovisuele opleiding aan de Academie sloten Voss en Vaal in 1984 af met

een presentatie die de nodige aandacht trok. Twee meer dan levensgrote gipsen beschermengelen waakten bij de deurpost over de ruimte, waarin een aantal grote heldenkleurige schilderijen naast uitvergrote polaroid fotocollages hingen (een hommage aan Gilbert en George). Bezoekers konden aan vreemd gevormd scheef meubilair plaats nemen om een videoprogramma te bekijken dat speciaal voor deze eindexamenpresentatie was gemaakt.
Inmiddels werken Ernie + Bidet niet meer met fotografie, video en muziek. Er ging teveel tijd en energie in zitten en de ondersteunende kracht voor de schilderijen was te gering. Ze houden zich nu voorlopig alleen met schilderen bezig.
Uit de doeken van Ernie + Bidet spreekt een barokke vitaliteit. Een compositie wordt, naar voorstudies, met dikke zwarte lijnen op het doek overgebracht en vervolgens met olieverf minutieus ingekleurd. De lijnen blijven als zwarte omtreklijnen staan, waardoor het werk een uitgesproken grafisch karakter krijgt. Ernie + Bidet hebben een voorkeur voor sterk verhalende scènes. Hun voorstellingen zijn één en al actie. Niet alleen de mens en en gedrochten, maar zelfs hun interieur en lijken bezield. De ruimten, waarin tegengestelde perspectiefprincipes worden toegepast, geven de indruk naar voren te kantelen. De mensen die op hun eerste schilderijen voorkomen verkeren in weinig benijdenswaardige posities. Ze zijn hulpeloos, geketend, worden bedreigd door hybride wezens, of aangevallen door een messentrekker. Slachtoffers dus. Maar waarvan?
Ernie + Bidet stellen zich ontvankelijk op door hun oren en ogen goed open te houden. Op onbevangen wijze verwonderen zij zich steeds opnieuw over de min of meer immorele kanten van de samenleving. Hun werk ontstaat uit een behoefte om deze aan de kaak te stellen. Het is de neerslag van een gevoelsmatig registreren. Uitgaand van de situatie van de ‘underdog’ verbeelden ze deze letterlijk in een zelfbedachte beeldtaal, vermengd met traditionele symbolen.
De schilderijen ontstaan in een voortdurende wisselwerking tussen de beide kunstenaars. Zij vullen elkaar aan in alle stadia die een werk doorloopt. Maakt de één de compositieschets en bepaalt de